Bankspaarhypotheek

Sinds 1 januari 2013 is het niet meer mogelijk om een bancaire spaarhypotheek of een bancaire beleggingshypotheek af te sluiten. In bepaalde situaties geldt een overgangsrecht, namelijk als:

  1. u op 31 december 2012 in het bezit bent van een woning waarop een hypotheek rust.
  2. u in 2012 uw woning heeft verkocht en momenteel huurt. De hypotheekschuld van uw voormalige woning valt onder het overgangsrecht, mits u in 2013 opnieuw een woning koopt.
  3. u in 2012 een woning koopt*, ook al is dat voor de eerste keer. U valt dan nog onder de huidige fiscale regels en u bent dan niet verplicht een eigenwoningschuld met annuïtaire aflossing aan te gaan om recht te hebben op hypotheekrenteaftrek.
  4. u in 2012 nog onherroepelijk en schriftelijk met een aannemer een verbouwing overeenkomt. Dan valt de daarvoor aangegane schuld nog onder de oude regels, ook als de lening pas in 2013 wordt afgesloten. De verbouwing moet dan wel in 2013 worden afgerond.

 

* Er is sprake van een gekochte woning in 2012 als u uiterlijk 31 december 2012 een koopovereenkomst bent aangegaan. Die koopovereenkomst mag de gebruikelijke bedingen bevatten zoals een financieringsvoorbehoud en de 3 dagen bedenktijd. Deze bedingen hoeven op 31 december 2012 nog niet verstreken te zijn. Sluit u vervolgens in 2013 een lening af, dan wordt deze lening aangemerkt als een bestaande lening. De lening moet uiterlijk voor 1 januari 2014 zijn afgesloten.

Tip: Als u een financieringsvoorbehoud opneemt, maak dit dan zo specifiek mogelijk.

Probeer te onderhandelen over een termijn van 8 weken om de financiering te regelen. Als u een (bank-)spaarhypotheek wilt afsluiten, geef dit dan ook specifiek in het voorbehoud aan. Daarnaast kunt u in het voorbehoud de maximale bruto jaarlast en het maximale rentepercentage opnemen.

De stand van uw eigenwoningschuld op 31 december 2012 is het bedrag waarvoor u onder het overgangsrecht valt. Als u een krediethypotheek heeft of een hogere inschrijving, dan is slechts het bedrag dat u op 31 december 2012 al daadwerkelijk hebt geleend en heeft besteed aan uw eigen woning het bedrag waarvoor de schuld onder het overgangsrecht valt. Als u na 1 januari 2013 een duurdere woning koopt of gaat verbouwen aan uw woning en u uw hypotheek verhoogt, dan valt het aanvullende gedeelte van uw financiering wel onder de nieuwe regeling. Dit hypotheekdeel moet u dus minimaal annuïtair aflossen om voor dit gedeelte recht te houden op renteaftrek. In dit geval bestaat uw hypotheek dus uit twee afzonderlijke delen.

Wat is een bankspaarhypotheek?

Bij een bankspaarhypotheek spaart of belegt u voor de aflossing van de hypotheek. Dit doet u niet via een gekoppelde verzekering (Kapitaalverzekering Eigen Woning, KEW) maar via een gekoppelde bankspaarrekening: de Spaarrekening Eigen Woning (SEW). Als u dat wilt of moet, kunt u apart een overlijdensrisicoverzekering afsluiten. U bent dus niet aan één aanbieder gehouden. Er zijn twee soorten bankspaarhypotheken:

  1. Bancaire spaarhypotheek
  2. Bancaire beleggingshypotheek

1. Bancaire spaarhypotheek

U spaart op een spaarrekening (SEW). De rentevergoeding is even hoog als de rente die u over uw hypotheek betaalt.

Voordelen:

  1. U spaart met een gegarandeerd rendement. Het rendement is even hoog als de hypotheekrente, waardoor u altijd het eindkapitaal bij elkaar spaart.
  2. Omdat u niet direct aflost op de hypotheek, is de rente gedurende de hele looptijd aftrekbaar.
  3. U spaart belastingvrij in box 1.
  4. Als u de bankrekening voortijdig beëindigt en uw spaarpot laat uitkeren (afkopen), dan krijgt u in de meeste gevallen uw spaarinleg terug, plus de rente daarover.
  5. Uw maandelijkse lasten zijn minder gevoelig voor rentewijzigingen, omdat de spaarrente gekoppeld is aan de hypotheekrente (rentedempende werking).

Nadelen:

  1. Voor de opbouw van belastingvrij vermogen in box 1 bent u gebonden aan fiscale regels. Hierdoor bent u minder flexibel.
  2. U bent meestal gebonden aan een en dezelfde geldverstrekker voor uw hypotheeklening en uw spaarrekening.

2. Bancaire beleggingshypotheek

Uw inleg wordt gebruikt om mee te beleggen.

Voordelen:

  1. Omdat u niet direct aflost op de hypotheek, is de rente gedurende de hele looptijd aftrekbaar.
  2. U bouwt belastingvrij vermogen op in box 1.
  3. U heeft kans op een hoger rendement dan met een bancaire spaarhypotheek.

Nadelen:

  1. Het risico bestaat dat uw belegging aan het eind van de looptijd minder waard is dan u nodig heeft om de hypotheek af te lossen.
  2. Voor de opbouw van belastingvrij vermogen in box 1 bent u gebonden aan fiscale regels. Hierdoor bent u minder flexibel.

Fiscale regels bankspaarhypotheek Voorwaarden

Voor een belastingvrije uitkering van de bankspaarhypotheek gelden de volgende voorwaarden:

  1. U heeft een eigen woning en een eigenwoningschuld.
  2. De spaarrekening of het beleggingsrecht is geblokkeerd en mag alleen worden vrijgegeven voor aflossing van de eigenwoningschuld.
  3. Minimaal 15 jaar of tot uw overlijden moeten er elk jaar bedragen zijn overgemaakt op de spaarrekening of naar de beheerder van het beleggingsrecht.
  4. Het hoogste bedrag dat in een jaar wordt overgemaakt op de rekening mag niet meer bedragen dan tien maal het laagste bedrag (de zogenoemde bandbreedte).
  5. De behaalde rente of het behaalde rendement blijft binnen de spaarrekening of het beleggingsrecht.
  6. De spaarrekening is ondergebracht bij een bankbedrijf volgens de Wet op het financieel toezicht (Wft). De beleggingsrekening is ondergebracht bij een beleggingsinstelling volgens de Wet toezicht beleggingsinstellingen (Wtb).

Vrijstellingen

Op het moment dat u de spaarrekening of het beleggingsrecht gebruikt om de eigenwoningschuld af te lossen, kijkt de Belastingdienst of aan bovenstaande voorwaarden is voldaan.

  1. Is dat het geval, dan is de uitkering tot € 35.700 (2013) vrijgesteld van belastingen.
  2. Heeft u gedurende ten minste 20 jaar een bedrag ingelegd en voldoet u aan de overige vereisten, dan geldt een vrijstelling van € 157.000 (2013).
  3. De vrijstelling is nooit hoger dan het bedrag aan eigenwoningschuld dat u aflost.
  4. Ontvangt u meer dan de vrijstelling, dan betaalt u inkomstenbelasting (box 1-tarief) over het rentebestanddeel in het gedeelte boven de vrijstelling.

De vrijstellingen worden jaarlijks geïndexeerd.

Mijndigimap.nl

Uw digitale documentenarchief. Inloggen